Fagus

Beuk

0 soorten

De beuk is een van de meest herkenbare bomen in het Europese landschap. Hij groeit hoog en breed, met gladde grijze schors, spitse winterknoppen en een dicht bladerdak dat diepe schaduw werpt. In de herfst verkleuren de bladeren naar koper en goud voordat ze vallen, en bij jonge bomen en hagen blijven ze vaak de hele winter aan de takken hangen. De beuk verdraagt uiteenlopende omstandigheden, maar gedijt het best op goed doorlatende grond — hij houdt niet van wateroverlast. Het is een langlevende boom; sommige exemplaren worden ouder dan 300 jaar.

Ecologische rol

De beuk herbergt een groot scala aan dieren. De beukennootjes (mast) vormen een belangrijke voedselbron voor vogels zoals gaaien, vinken en keepjes, en voor kleine zoogdieren waaronder bosmuizen en relmuizen. Het dichte bladstrooisel vormt een bijzondere bosbodemhabitat met eigen gespecialiseerde planten en ongewervelden. Oude beuken ontwikkelen holten en dood hout die onderdak bieden aan holenbroeders, vleermuizen en saproxyle kevers. Beukenbos is een van de meest kenmerkende habitats in Noordwest-Europa.